Spiermassa opbouwen: zo pak je voeding en training aan

Spiermassa opbouwen: zo pak je voeding en training aan

Geschreven door: Hein van Kuijck

|

|

Tijd om te lezen 21 min

Wat heb je nu echt nodig om spiermassa op te bouwen? Hoeveel eiwit, hoeveel sets per week, en hoe snel gaat spiergroei eigenlijk?

Spiermassa opbouwen lukt als je drie dingen combineert: krachttraining met genoeg volume, de juiste voeding met voldoende eiwit en een klein calorieoverschot, en genoeg rust tussen de trainingen.

Klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het lastig om te weten welke getallen kloppen. 

Er circuleren veel vuistregels die nergens op gebaseerd zijn, en sommige daarvan zijn zelfs verkeerd vertaalde Amerikaanse maten.

Daarom heb ik alles wat je nodig hebt in één artikel gezet: hoeveel eiwit per dag, hoeveel sets per spiergroep, hoe groot je calorieoverschot moet zijn, welk trainingsschema bij je past en hoeveel rust je spieren nodig hebben. 

Alles onderbouwd met wetenschappelijke bronnen.

Spiergroei hangt samen met drie dingen: genoeg trainingsvolume, voldoende eiwit en genoeg rust tussen de trainingen.

Voor spiergroei wordt een eiwitinname van 1,6 tot 2,0 gram per kilo lichaamsgewicht per dag aangehouden, in combinatie met een klein calorieoverschot.

Voor het trainingsvolume wordt minstens tien sets per spiergroep per week aangehouden.

Hoe spiergroei werkt in je lichaam

Je spieren zijn voortdurend bezig met onderhoud. Oude of beschadigde spiereiwitten worden afgebroken en je lichaam maakt tegelijkertijd nieuwe aan. Ook op dagen waarop je niet traint.

Krachttraining geeft je spieren een extra prikkel om zich aan te passen. Na een training neemt de aanmaak van nieuwe spiereiwitten toe. 

Die aanmaak noemen we spiereiwitsynthese. Dat begint al kort na je training en houdt daarna nog lang aan.

Of je uiteindelijk spiermassa opbouwt, hangt af van de balans tussen opbouw en afbraak.

Zijn training, voeding en herstel goed op elkaar afgestemd en is de opbouw over langere tijd groter dan de afbraak? Dan kan je spiermassa geleidelijk toenemen.

Wat zegt het onderzoek?

Onderzoek van de International Society of Sports Nutrition laat zien dat het effect van training op je spieren minstens 24 uur aanhoudt, en daarna geleidelijk afneemt (1).

Je spieren groeien dus niet in de sportschool zelf, maar in de uren en dagen erna.

Goed om te weten: krachttraining alleen is niet genoeg. Zonder voldoende eiwit en energie in je voeding kan je lichaam die prikkel niet omzetten in nieuw spierweefsel (1).

Hoeveel spiermassa kun je realistisch opbouwen?

Voor de meeste mensen ligt een realistisch streefcijfer rond de 0,25 tot 0,5 procent van je lichaamsgewicht per week (2).

Wel is het goed om daarbij te onthouden dat dit gaat over je totale gewichtstoename, niet alleen spier.

Even concreet: voor iemand van 80 kilo gaat het om ongeveer 200 tot 400 gram per week. Een deel daarvan is vocht en glycogeen, de energievoorraad in je spieren.

Wat zegt het onderzoek?

Dat streefcijfer komt uit een overzichtsartikel van Iraki en collega's (2019), waarin sportwetenschappers de beschikbare kennis over voeding en gewichtstoename bij krachtsporters op een rij zetten (2).

Wees je er wel van bewust dat dit een praktische richtlijn is en geen hard bewijs.

Het onderliggende onderzoek bestaat uit een klein aantal studies met weinig deelnemers. Grote, samengevoegde analyses over de ideale snelheid van gewichtstoename bestaan er nog niet.

Goed om te weten: ik kom online regelmatig het getal "227 gram spier per week" tegen. Dat klinkt lekker concreet, maar het is een omgerekende Amerikaanse vuistregel (een halve pond) en geen onderzoeksuitkomst.

Wat betekent dit voor jou?

Reken op een paar honderd gram per week, en verwacht dat het trager gaat naarmate je langer traint (2). Dat laatste is normaal en geen teken dat je iets fout doet.

Hoeveel spiermassa jij opbouwt, hangt af van vier dingen:

  • Trainingservaring - beginners boeken sneller winst dan gevorderden.
  • Geslacht - mannen bouwen in absolute zin meer spiermassa op dan vrouwen, al is de relatieve groei vergelijkbaar.
  • Leeftijd - spiergroei verloopt trager naarmate je ouder wordt.
  • Genetische aanleg - hoe sterk je op training reageert, verschilt per persoon.

De verschillen tussen mensen zijn dus groot. Vergelijk jezelf daarom met je eigen startpunt, niet met iemand anders.

Krachttraining: de prikkel die spiergroei op gang brengt

Zonder de juiste prikkel groeien je spieren niet, hoe goed je voeding ook is.

Drie dingen bepalen hoe sterk die prikkel is:

  1. Volume - mik op minstens tien sets per spiergroep per week (3). Meer sets geven meer groei, al vlakt dat effect op een gegeven moment af.
  2. Frequentie - verdeel je sets over twee of meer trainingen per week (4). Bij hetzelfde aantal sets maakt die verdeling weinig verschil, maar spreiden is praktischer dan alles in één sessie doen.
  3. Progressive overload - verhoog geleidelijk de weerstand, intensiteit of het aantal sets naarmate je sterker wordt.

Let op: trainingsduur in minuten zegt weinig. Twintig tot dertig minuten twee keer per week klinkt aantrekkelijk, maar zonder voldoende sets per spiergroep haal je die prikkel niet.

Full body of split: welk trainingsschema past bij jou

Het beste schema is het schema dat je volhoudt en waarmee je genoeg sets per spiergroep haalt. De twee hoofdvormen zijn full body en split.

Full body

Bij een full body schema train je in één sessie je hele lichaam, met basisoefeningen zoals squats, deadlifts, bench press, pull-ups, shoulder press en lunges.

Dit past bij je als:

  • Je net begint - de opzet is eenvoudig en je leert alle basisbewegingen.
  • Je weinig dagen hebt - met twee of drie sessies per week belast je toch je hele lichaam.
  • Je schema wisselt - mis je een training, dan heb je die week nog steeds alles geraakt.

Train je al langer? Dan kan een full body sessie repetitief aanvoelen. Je hebt bovendien minder ruimte om binnen één training extra aandacht aan een specifieke spiergroep te geven.

Goed om te weten: bij circuittraining ga je met weinig rust van de ene oefening naar de andere. Dat is prima voor je conditie, maar minder ideaal als spiergroei je hoofddoel is. Door de korte rust raak je sneller vermoeid, waardoor je in de volgende sets vaak minder gewicht of herhalingen aankunt.

Split

Bij een split verdeel je je lichaam over meerdere trainingsdagen. Bijvoorbeeld een dag voor been en rug, en een andere dag voor borst en schouders.

Dit past bij je als:

  • Je al langer traint - je kunt per sessie meer sets aan één spiergroep besteden.
  • Je vaker naar de sportschool kunt - een split vraagt meer trainingsdagen per week.
  • Je afwisseling zoekt - meer variatie in oefeningen per spiergroep.

Het nadeel: mis je een dag, dan slaan de spiergroepen van die dag die week over.

Goed om te weten: welk schema je ook kiest, uiteindelijk bepalen het aantal sets per spiergroep per week en de frequentie waarmee je traint hoeveel spiermassa je opbouwt (3, 4). Geen enkel schema is inherent beter, zolang je totale volume klopt.

Compound- en isolatieoefeningen: welke kies je wanneer

Compound-oefeningen vormen de basis van je training, isolatieoefeningen zijn de aanvulling. Het verschil zit in hoeveel spiergroepen je tegelijk aanspreekt.

  • Compound-oefeningen spreken meerdere gewrichten en spiergroepen tegelijk aan. Denk aan squats, deadlifts, bench press, overhead press, pull-ups en rows. Ze zijn efficiënt, omdat je per set veel spiermassa belast. Voor de meeste mensen zijn dit de oefeningen waar de meeste winst zit.
  • Isolatieoefeningen richten zich op één spiergroep. Bicep curls, tricep extensions, leg curls en calf raises zijn bekende voorbeelden. Ze zijn zinvol als een spiergroep achterblijft, of als je een specifieke spier extra sets wilt geven zonder de rest van je lichaam verder te belasten.

In de praktijk werkt een combinatie het beste.

Mijn tips

Daarbij heb ik nog een aantal persoonlijke tips voor je:

  1. Begin je training met de zwaarste compound-oefeningen, wanneer je nog fris bent. Vul daarna aan met isolatiewerk voor de spiergroepen die je extra aandacht wilt geven.
  2. Wissel je oefeningen af en toe af, bijvoorbeeld met een andere gripbreedte of voetenpositie. Dat houdt het leuk en voorkomt dat je in dezelfde beweging blijft hangen.
  3. Noteer je gewichten en herhalingen. Zo zie je zwart op wit of je nog vooruitgaat, en weet je wanneer het tijd is om te verzwaren.

Rust en herstel: spieren groeien tussen de trainingen

Je spieren groeien niet tijdens je training, maar in de uren en dagen erna. Rust is dus geen pauze in je programma, maar een onderdeel ervan.

Train dezelfde spiergroep daarom niet twee dagen achter elkaar zwaar. Verdeel je trainingen zo dat een spiergroep er tussendoor een dag of twee tussenuit kan.

Dat past goed bij het verdelen van je sets over twee of meer trainingen per week (4).

Goed om te weten: ik hoor mensen soms zeggen dat je 48 uur moet aanhouden tussen twee sessies voor dezelfde spiergroep. Dat is een prima vuistregel, maar geen vast getal. Hoeveel hersteltijd jij nodig hebt, hangt af van hoe zwaar je hebt getraind en hoe goed je slaapt en eet.

Hoe herken je dat je te weinig herstelt?

Te weinig rust merk je aan een paar dingen die sportwetenschappers consistent terugzien (5):

  • je bent moeier dan normaal
  • je gaat niet meer vooruit in de sportschool, of je prestaties zakken zelfs
  • je slaapt slechter
  • je bent sneller geïrriteerd of somberder dan je gewend bent

Prestatieverlies is daarbij het duidelijkste signaal. Dat is precies waaraan een tekort aan herstel wordt herkend.

Herken je dit? Neem dan een extra rustdag, of doe een week wat minder sets. Gewoon doortrainen helpt je op dat moment niet verder.

Slaap als herstelfactor

Slaap speelt een grote rol bij herstel. Slaap je structureel te kort, dan herstel je minder goed van je trainingen.

Voor de meeste volwassenen is zeven tot negen uur per nacht een goede richtlijn.

Slaap je vaak korter? Dan valt daar waarschijnlijk meer te winnen dan met een aanpassing in je trainingsschema.

Goed om te weten: herstel verschilt per persoon. Je leeftijd, de hoeveelheid stress die je ervaart en de kwaliteit van je slaap spelen allemaal mee. Voel je je nog niet hersteld? Neem dan een extra dag, ook als je schema anders aangeeft.

Training en herstel zijn de eerste twee stukken van de puzzel. Het derde is je voeding.

Hierna lees je hoeveel eiwit je nodig hebt, hoeveel calorieën je er extra bij moet eten en wat er klopt van alle adviezen over timing.

Hoeveel eiwit heb je per dag nodig voor spiergroei?

Voor spiergroei ligt de aanbevolen hoeveelheid rond 1,6 tot 2,0 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag.

Dat is niet zonder reden: eiwitten dragen bij tot een groei van de spiermassa, en zonder voldoende inname mist je lichaam de bouwstof om de trainingsprikkel om te zetten.

Weeg je 80 kilo, dan gaat het om ongeveer 128 tot 160 gram eiwit per dag.

Dat ligt een stuk hoger dan de algemene norm. Zo verhouden de richtlijnen zich tot elkaar:

  • Gezondheidsraad - 0,83 gram per kilo per dag voor volwassenen (6).
  • Voedingscentrum - 1,2 tot 2 gram per kilo per dag voor fanatieke krachtsporters (7).
  • Sportwetenschappelijk onderzoek - 1,6 tot 2,0 gram per kilo per dag voor spiergroei (1, 8, 9).

Waarom die verschillen? 

De Gezondheidsraad geeft aan wat je minimaal nodig hebt om gezond te blijven. 

Het Voedingscentrum kijkt naar wat je nodig hebt als je fanatiek traint en spiermassa wilt opbouwen. 

Ander doel, andere hoeveelheid.

Goed om te weten: in de praktijk komt dat neer op ongeveer twee keer zoveel eiwit als de algemene norm. Dat klinkt veel, maar de Gezondheidsraad beschouwt een inname tot twee keer de aanbevolen hoeveelheid als veilig (6).

Wat zegt het onderzoek?

Twee grote analyses geven samen het beste beeld:

  • Morton en collega's (2018) - een meta-analyse van 49 studies met 1.863 deelnemers. Zij zagen dat meer eiwit vanaf ongeveer 1,6 gram per kilo per dag weinig extra opleverde. Dat omslagpunt lag bij de ene studie wat lager en bij de andere wat hoger (8).
  • Nunes en collega's (2022) - een recentere analyse van 74 studies. Bij volwassenen onder de 65 jaar die krachttraining deden, zagen de onderzoekers pas vanaf 1,6 gram per kilo per dag een duidelijk effect op spiermassa (9).

Beide analyses wijzen dus naar hetzelfde punt. Rond 1,6 gram per kilo per dag ligt de grens waaronder je te weinig binnenkrijgt, en waarboven meer eiwit weinig toevoegt.

De International Society of Sports Nutrition, een organisatie van sportvoedingswetenschappers, houdt daarom een praktische bandbreedte aan van 1,4 tot 2,0 gram per kilo per dag voor mensen die regelmatig trainen (1).

Wat betekent dit voor jou?

Zit je tussen 1,6 en 2,0 gram per kilo, dan zit je goed.

De meeste mensen komen daar niet vanzelf aan, dus het loont om een keer na te rekenen wat je op een gewone dag binnenkrijgt. 

Concreet betekent dit, afhankelijk van je lichaamsgewicht:

  • 60 kilo - ongeveer 96 tot 120 gram eiwit per dag.
  • 80 kilo - ongeveer 128 tot 160 gram eiwit per dag.
  • 100 kilo - ongeveer 160 tot 200 gram eiwit per dag.

Eiwit bestaat uit aminozuren en zit onder meer in vlees, vis, eieren, zuivel, peulvruchten, tofu en noten.

Wil je meer weten over de kwaliteit van dierlijke eiwitbronnen? Lees dan ook ons artikel over grasgevoerd vlees.

Goed om te weten: deze getallen zijn richtlijnen, geen exacte doelen. Kom je op een dag wat lager uit, dan is dat geen probleem. Het gaat om het gemiddelde over de week.

Eiwitten verdelen over de dag: hoe belangrijk is dat?

De verdeling telt mee, maar je totale inname over de dag weegt zwaarder (10).

Met andere woorden: haal je je dagelijkse hoeveelheid? Dan is de precieze timing van ondergeschikt belang.

Wil je het toch goed verdelen? Mik dan op ongeveer 30 tot 40 gram eiwit per maaltijd, verdeeld over drie tot vijf eetmomenten (1, 2).

Voor iemand van 80 kilo kom je daarmee rond je dagtotaal uit.

Moet je echt elke drie uur eten?

Nee, dat hoeft niet. Om de drie tot vier uur iets met eiwit eten is een praktische richtlijn, geen voorwaarde voor spiergroei (1).

Het idee erachter is dat je spieren op meerdere momenten per dag bouwstof krijgen aangeboden. Maar of dat écht meer oplevert dan bijvoorbeeld drie grotere maaltijden, is niet hard aangetoond.

Wat vooral telt is een eetritme dat je volhoudt. Eet je liever drie keer per dag stevig dan zes keer iets kleins? Doe dat dan.

Tip: kijk vooral naar je ontbijt. Veel mensen eten 's ochtends weinig eiwit en 's avonds heel veel. Wat eiwit bij je ontbijt maakt het makkelijker om je dagtotaal te halen.

Zoek je praktische ideeën? Lees dan ook ons artikel over 10 eiwitrijke tussendoortjes.

Koolhydraten en vetten: wat eet je rond je training?

Rond je training mag je gewoon koolhydraten eten, zowel ervoor als erna. Het idee dat je ze tot na het sporten moet bewaren, klopt niet.

Aragon en Schoenfeld onderzochten in 2013 wat er precies bekend is over de timing van voeding rond trainingen. 

Hun conclusie: hoeveel je over de hele dag binnenkrijgt, weegt zwaarder dan het precieze moment waarop je eet (10).

Sterker nog, koolhydraten vóór je training zijn juist nuttig. Ze leveren de energie waarmee je zwaarder en langer kunt trainen. 

Sla je ze over, dan train je met een halfvolle tank en verlies je precies de prikkel waar het om draait.

Hoeveel koolhydraten heb je nodig?

Voor krachtsporters wordt ongeveer 3 tot 5 gram koolhydraten per kilo lichaamsgewicht per dag aangehouden (2).

Voor iemand van 80 kilo is dat 240 tot 400 gram per dag.

Goede bronnen zijn rijst, aardappelen, pasta, havermout, brood, peulvruchten en fruit. Wil je hier meer over lezen? Bekijk dan ons artikel over gezonde koolhydraatrijke voeding.

En vetten dan?

Vetten heb je nodig en die moet je niet schrappen tijdens een opbouwfase. Ze leveren energie en zijn nodig om de vitamines A, D, E en K uit je voeding op te nemen.

Voor krachtsporters wordt 0,5 tot 1,5 gram vet per kilo lichaamsgewicht per dag aangehouden (2). Denk aan olijfolie, noten, vette vis, avocado en eieren.

Goed om te weten: eiwit, koolhydraten en vetten leveren je calorieën, maar ze zijn niet het hele verhaal. Groente en fruit leveren weinig calorieën, maar wel de vitamines en mineralen die je lichaam nodig heeft. Daar lees je verderop meer over.

Het anabolic window: moet je direct na je training eten?

Nee, dat hoeft niet. Het idee dat je binnen twintig minuten na je training moet eten, houdt geen stand.

Dat venster kreeg de naam anabolic window: het moment waarop je lichaam extra goed eiwit zou opnemen.

Wat zegt het onderzoek?

Aragon en Schoenfeld zochten in 2013 uit hoe hard dat idee eigenlijk is. Hun antwoord: veel minder hard dan gedacht. 

Of zo'n venster bestaat, en hoeveel het uitmaakt, hangt vooral af van wat je vóór je training hebt gegeten (10).

En dat komt doordat je training veel langer doorwerkt dan twintig minuten. Het effect op je spieren houdt minstens 24 uur aan, en neemt daarna geleidelijk af (1).

Wat betekent dit voor jou?

Zorg dat je in het dagdeel rond je training een eiwitrijke maaltijd eet. Verder hoef je niet op de klok te kijken.

Heb je twee uur voor je training gegeten? Dan is er geen enkele reden om direct na afloop een shake naar binnen te werken.

Train je nuchter in de ochtend? Dan is het wel handig om daarna binnen redelijke tijd te eten.

Goed om te weten: het Voedingscentrum stelt dat de meeste sporters geen speciale eiwitshakes en eiwitrepen nodig hebben, omdat je al voldoende eiwit binnenkrijgt als je gezond en gevarieerd eet (7).

Calorieën: hoe groot moet je overschot zijn?

Voor spiergroei is een overschot van 10 tot 20 procent boven je onderhoudsniveau een goede richtlijn (2, 11).

Voor iemand die bijvoorbeeld 2.500 calorieën per dag verbruikt, komt dat neer op 250 tot 500 calorieën extra.

Goed om te weten: je onderhoudsniveau is het aantal calorieën waarbij je gewicht gelijk blijft. Zit je daarboven, dan kom je aan. Hoeveel je er precies bij moet eten, verschilt per persoon.

Waarom groter niet beter is

Meer calorieën betekent niet meer spiermassa. Wat er wel bij komt, is vet.

Een andere groep onderzoekers (Slater en collega's) bekeek in 2019 wat er gebeurt als mensen fors meer eten dan ze nodig hebben: zonder krachttraining kwam er per kilo spiermassa ongeveer twee kilo vetmassa bij (11).

Je lichaam kan maar een beperkte hoeveelheid nieuw spierweefsel per dag aanmaken, en alles daarboven wordt opgeslagen.

Hoe weet je of je goed zit?

Je wekelijkse gewicht is je beste meetinstrument.

Weeg jezelf elke ochtend op hetzelfde moment en kijk naar het gemiddelde over de week.

  • Kom je aan volgens het tempo uit de sectie over realistische spiergroei? Dan zit je overschot goed.
  • Gaat het sneller? Dan eet je waarschijnlijk te veel en komt er onnodig vet bij.
  • Blijft je gewicht gelijk? Dan mag er wat bij.

Goed om te weten: je weegschaal schommelt van dag tot dag door vocht, zoutinname en de inhoud van je darmen. Kijk daarom naar het weekgemiddelde en niet naar dagelijkse metingen.

De basis van je voedingspatroon

Onbewerkte producten vormen de basis: vlees, vis, eieren, zuivel, peulvruchten, groente, fruit, rijst, havermout en aardappelen. Daaromheen is er ruimte voor de rest.

Groente en fruit leveren nauwelijks calorieën, maar wel de vitamines, mineralen en vezels die je lichaam nodig heeft. 

Juist als je veel eet om aan te komen, is de verleiding groot om ze over te slaan. Je bord is dan al vol met rijst, pasta en vlees.

Toch is dat precies het moment waarop je ze het hardst nodig hebt. Je lichaam verwerkt meer voeding, traint zwaarder en herstelt vaker.

Plan groente en fruit daarom in als vast onderdeel van je maaltijden, niet als iets wat er nog bij moet passen.

Wil je meer praktische handvatten voor je dagelijkse voeding? Lees dan ook ons artikel over gezonder eten.

Moet je ontbijten voor spiergroei?

Nee, ontbijten is geen voorwaarde voor spiergroei. Wel maakt het je dag makkelijker.

Sla je het ontbijt over, dan moet je je volledige eiwitinname in minder maaltijden verdelen. Voor wie op 128 tot 160 gram per dag zit, is dat een flinke opgave.

Hoeveel moet je drinken?

Hoeveel je moet drinken hangt af van je lichaamsgewicht, het weer en hoe intensief je traint.

Het Voedingscentrum houdt voor volwassenen anderhalf tot twee liter drinkvocht per dag aan (7). Op trainingsdagen komt daar wat bij, omdat je meer vocht verliest door zweten.

Sommige richtlijnen rekenen ook het vocht mee dat in je voeding zit. Die komen daardoor een stuk hoger uit.

Meer weten? Lees dan ook ons artikel over voldoende drinken.

Goed om te weten: hoe meer van je calorieën uit onbewerkte producten komen, hoe makkelijker je aan je vitamines en mineralen komt. De bekende vuistregel van negentig procent is daarbij een praktisch richtpunt.

Heb je supplementen nodig om spiermassa op te bouwen?

Voor spiergroei heb je geen supplementen nodig. Je voeding doet het werk, supplementen zijn hooguit een aanvulling.

Het Voedingscentrum stelt dat de meeste sporters geen speciale eiwitshakes en eiwitrepen nodig hebben, omdat je al voldoende eiwit binnenkrijgt als je gezond en gevarieerd eet (7).

Waarvan is het effect op je spieren echt aangetoond?

Bij deze voedingsstoffen is het verband met je spieren zo goed onderzocht dat het officieel is erkend (12):

  • Eiwitten - dragen bij tot een groei van de spiermassa en tot de instandhouding van de spiermassa.
  • Creatine - stimuleert spiergroei bij explosieve krachtsinspanningen, bij een dagelijkse inname van 3 gram.
  • Magnesium - draagt bij tot een normale werking van de spieren.
  • Calcium - draagt bij tot een normale werking van de spieren.
  • Kalium - draagt bij tot een normale werking van de spieren.
  • Vitamine D - draagt bij tot een normale werking van de spieren.

Deze verbanden zijn beoordeeld door de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA, die per stof heeft gekeken of het bewijs sterk genoeg is (12).

Voor andere uitspraken over supplementen en spieren bestaat geen goedgekeurde claim.

Goed om te weten: er is een verschil tussen deze claims. Een normale werking van de spieren gaat over hoe je spieren werken, niet over hoe ze groeien. Voor spiergroei zelf zijn er maar twee erkende verbanden: eiwitten, en creatine in combinatie met explosieve krachtsinspanningen.

Overweeg je creatine? Lees dan ook over de bijwerkingen van creatine en over creatine voor vrouwen.

Hoe zit het dan met eiwitpoeder?

Eiwitpoeder is een geconcentreerde eiwitbron.

Handig als het je niet lukt om je dagelijkse hoeveelheid uit gewone voeding te halen. Het is alleen makkelijker, niet beter.

En testosteronsupplementen?

Voor testosteronsupplementen is geen effect op je spiermassa aangetoond, en daar wil ik eerlijk over zijn.

Zit je testosteron binnen het normale bereik, dan is dat bij gezonde mensen niet wat je spiergroei tegenhoudt. 

Wat wel is erkend: zink draagt bij tot de instandhouding van normale testosterongehalten in het bloed (12).

Verder lezen kan in is testosteron verhogen gevaarlijk en testosteron verhogen op natuurlijke manieren.

Meer supplementen bekijken? Neem een kijkje in onze collectie sport.

Veelgestelde vragen over spiermassa opbouwen

1. Hoeveel calorieën moet ik extra eten om spiermassa op te bouwen?

Reken op 10 tot 20 procent boven je onderhoudsniveau. Voor iemand die bijvoorbeeld 2.500 calorieën per dag verbruikt is dat 250 tot 500 calorieën extra. Meer eten levert geen extra spiermassa op, wel extra vet.

2. Hoeveel eiwit heb ik per dag nodig voor spiergroei?

Tussen 1,6 en 2,0 gram per kilo lichaamsgewicht per dag. Voor iemand van 80 kilo is dat 128 tot 160 gram. Boven dat bereik wordt de extra winst klein.

3. Wat moet ik eten om spiermassa op te bouwen?

Zet eiwitrijke producten centraal: vlees, vis, eieren, zuivel, peulvruchten en tofu. Vul aan met koolhydraten voor je energie en gezonde vetten, en zorg voor voldoende groente en fruit.

4. Moet ik direct na mijn training eiwitten eten?

Nee. Het venster is breder dan vaak gedacht. Zorg dat je in het dagdeel rond je training een eiwitrijke maaltijd eet, en let vooral op je totale inname over de dag.

5. Hoe vaak per week moet ik trainen om spiermassa op te bouwen?

Verdeel je sets over twee of meer trainingen per week. Belangrijker dan het aantal trainingsdagen is het aantal sets per spiergroep: mik op minstens tien per week.

6. Waarom is rust zo belangrijk bij spieropbouw?

Je spieren groeien niet tijdens je training, maar in de uren en dagen erna. Zonder voldoende rust krijgt je lichaam die kans niet, en merk je dat je niet meer vooruitgaat in de sportschool.

7. Hoe snel kun je zichtbaar spiermassa opbouwen als beginner?

Reken op een paar honderd gram gewichtstoename per week, waarvan een deel spier is (2). Hoe snel je dat ziet, verschilt sterk per persoon en hangt af van je startpunt, je vetpercentage en hoe consistent je traint.

8. Is een full body workout schema geschikt om spiermassa op te bouwen?

Ja. Full body werkt goed als je twee tot drie keer per week traint, zeker als je net begint. Wat telt is dat je genoeg sets per spiergroep haalt, niet welk schema je kiest.

9. Wat is het verschil tussen compound- en isolatieoefeningen?

Compound-oefeningen spreken meerdere spiergroepen tegelijk aan, zoals squats en bench press. Isolatieoefeningen richten zich op één spiergroep, zoals bicep curls. Compound vormt de basis, isolatie is de aanvulling.

10. Heb ik supplementen nodig om spiermassa op te bouwen?

Nee. Het Voedingscentrum stelt dat de meeste sporters geen speciale eiwitshakes en eiwitrepen nodig hebben als ze gezond en gevarieerd eten (7). Creatine is wel een uitzondering: het stimuleert spiergroei bij explosieve krachtsinspanningen, bij 3 gram per dag (12).

11. Kun je tegelijk spiermassa opbouwen en vet verliezen?

Dat lukt het makkelijkst als je net begint met krachttraining of een hoger vetpercentage hebt. Voor de meeste anderen gaat het trager dan wanneer je je op één doel tegelijk richt, omdat spiergroei baat heeft bij een calorieoverschot en vetverlies juist bij een tekort.

Tot slot

Spiermassa opbouwen is geen kwestie van één ding goed doen. Je hebt de prikkel nodig van voldoende trainingsvolume, de rust om te herstellen, en de voeding om die prikkel om te zetten in nieuw weefsel.

Begin bij het onderdeel waar voor jou de meeste winst zit. Haal je nog geen tien sets per spiergroep per week? Dan ligt daar je startpunt. Kom je moeilijk aan je eiwit? Begin dan bij je ontbijt.

En geef het tijd. De getallen in dit artikel zijn richtlijnen voor de lange termijn, niet voor volgende week.

Wil je verder kijken naar wat je voeding kan aanvullen? Bekijk dan onze collectie supplementen voor je spieren.

Hein van Kuijck - Natuurlijk Presteren

Hein van Kuijck

Hein heeft een vergaande interesse in de effecten van voeding, leefstijl en voedingssupplementen op het menselijk lichaam. Hij doet hier veel research naar en deelt zijn kennis graag met anderen.

Lees meer

Gebruikte bronnen

  1. Jäger, R., Kerksick, C. M., Campbell, B. I., e.a. (2017). International Society of Sports Nutrition Position Stand: protein and exercise. Journal of the International Society of Sports Nutrition, 14, 20. Position stand. 10.1186/s12970-017-0177-8
  2. Iraki, J., Fitschen, P., Espinar, S., & Helms, E. (2019). Nutrition Recommendations for Bodybuilders in the Off-Season: A Narrative Review. Sports, 7(7), 154. Narratieve review. 10.3390/sports7070154
  3. Schoenfeld, B. J., Ogborn, D., & Krieger, J. W. (2017). Dose-response relationship between weekly resistance training volume and increases in muscle mass: A systematic review and meta-analysis. Journal of Sports Sciences, 35(11), 1073–1082. Systematische review en meta-analyse. 10.1080/02640414.2016.1210197
  4. Schoenfeld, B. J., Grgic, J., & Krieger, J. (2019). How many times per week should a muscle be trained to maximize muscle hypertrophy? A systematic review and meta-analysis of studies examining the effects of resistance training frequency. Journal of Sports Sciences, 37(11), 1286–1295. Systematische review en meta-analyse. 10.1080/02640414.2018.1555906
  5. Meeusen, R., Duclos, M., Foster, C., e.a. (2013). Prevention, diagnosis and treatment of the overtraining syndrome: Joint consensus statement of the European College of Sport Science (ECSS) and the American College of Sports Medicine (ACSM). European Journal of Sport Science, 13(1), 1–24. Consensusverklaring. 10.1080/17461391.2012.730061
  6. Gezondheidsraad. (2021). Voedingsnormen voor eiwitten. Referentiewaarden voor de inname van eiwitten (Publicatienr. 2021/10). Advies van een overheidsadviesorgaan. https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/2021/03/02/voedingsnormen-voor-eiwitten
  7. Voedingscentrum. (z.d.). Heb je extra eiwit (proteïne) nodig als je sport? Voorlichtingsorganisatie. https://www.voedingscentrum.nl/nl/service/vraag-en-antwoord/gezonde-voeding-en-voedingsstoffen/heb-je-extra-eiwit-proteine-nodig-voor-spierherstel-en-spiergroei-na-krachttraining-of-duursport.aspx
  8. Morton, R. W., Murphy, K. T., McKellar, S. R., e.a. (2018). A systematic review, meta-analysis and meta-regression of the effect of protein supplementation on resistance training-induced gains in muscle mass and strength in healthy adults. British Journal of Sports Medicine, 52(6), 376–384. Systematische review, meta-analyse en meta-regressie. 10.1136/bjsports-2017-097608
  9. Nunes, E. A., Colenso-Semple, L., McKellar, S. R., e.a. (2022). Systematic review and meta-analysis of protein intake to support muscle mass and function in healthy adults. Journal of Cachexia, Sarcopenia and Muscle, 13(2), 795–810. Systematische review en meta-analyse. 10.1002/jcsm.12922
  10. Aragon, A. A., & Schoenfeld, B. J. (2013). Nutrient timing revisited: is there a post-exercise anabolic window? Journal of the International Society of Sports Nutrition, 10, 5. Review. 10.1186/1550-2783-10-5
  11. Slater, G. J., Dieter, B. P., Marsh, D. J., e.a. (2019). Is an Energy Surplus Required to Maximize Skeletal Muscle Hypertrophy Associated With Resistance Training? Frontiers in Nutrition, 6, 131. Review. 10.3389/fnut.2019.00131
  12. Verordening (EU) nr. 432/2012 van de Commissie van 16 mei 2012 tot vaststelling van een lijst van toegestane gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaan. Geconsolideerde tekst, CELEX 02012R0432. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A02012R0432-20250820